Home / Blog / De mythe van bevlogenheid

De mythe van bevlogenheid

Bevlogenheid in het werk

Dit weekend was ik op een feestje. Ik zat aan een tafel met een man die al geruime tijd werkzaam is als computerprogrammeur bij een grote softwareleverancier. We raakten aan de praat en in al mijn bevlogenheid vertelde ik hem met wat voor mooie dingen ik mij tegenwoordig mag bezighouden als arbeid- & organisatieadviseur bij Isala en binnen mijn eigen organisatieadviesbureau Mongibello. Ik vertelde hem dat ik graag mensen help floreren in hun werk, ofwel het beste uit zichzelf te halen. Dat het gewoon erg fijn is om lekker in je vel te zitten. Dat je je daarnaast uitgedaagd voelt en een fijne relaties met je collega’s hebt. Hij keek mij enigszins verbaasd aan en antwoordde: “Ik werk gewoon om geld te verdienen”.

Bevlogenheid: de cijfers

Tussen de 15-20% van de medewerkers in Nederland voelt zich werkelijk bevlogen in het werk. Zij zijn enthousiast over hun werk, willen zichzelf blijven ontwikkelen, steken energie in innovatie en het helpen van collega’s. Dat is fijn voor de medewerker zelf, maar zeker ook voor de organisatie. Bevlogen medewerkers ervaren meer positieve emoties waardoor de gemiddelde productiviteit 20% hoger ligt. Daarnaast verzuimen zij gemiddeld 35% minder. Echter, de overgrote meerderheid (60-70%) van alle Nederlandse werkenden is ‘gewoon’ tevreden met hun werk. Zij staan niet persé te stuiteren van energie, zijn qua emoties wat gematigder en zijn bovenal loyaal naar de baas. Bruisen van energie klinkt voor hen als een ver-van-mijn-bed show. Onder deze laatste categorie valt waarschijnlijk ook de computerprogrammeur die ik op het feestje trof. ZZP’ers blijken hoog te scoren op bevlogenheid (dat verklaart wellicht mijn enthousiasme 🙂 )

De TNO Arbeidssituatie Survey ondersteunt trouwens mijn observatie. Systeem-analisten en mensen werkzaam in ICT-functies zijn van alle onderzochte beroepsgroepen het minst bevlogen. De meest bevlogen medewerkers zijn docenten basisonderwijs, kunstenaars, verpleegkundigen en ziekenverzorgenden.

Is bevlogenheid in het werk echt nodig?

Ik vraag me wel eens af of het voor elke organisatie wel wenselijk is om een merendeel aan bevlogen medewerkers te hebben. Misschien is dat ook wel niet voor alle organisaties weggelegd. Het hangt denk ik af van de soort afdeling of organisatie. Zo kan ik mij voorstellen dat een reclamebureau gebaat is bij bevlogen medewerkers die door hun enthousiasme de meest waanzinnige creatieve commercials weten te maken. Ziekenhuizen en overheidsinstellingen hebben daarentegen vermoedelijk het meeste profijt van tevreden loyale medewerkers die bereid zijn zich tot aan hun pensioen te blijven inzetten voor de organisatie. In dat geval heeft het veel meer impact om deze tevreden loyale medewerkers te helpen zich te bufferen tegen stress. Meer nog dan je te blijven focussen op een toename van bevlogenheid in de organisatie.

Welbevinden i.p.v. bevlogenheid als uitgangspunt

Hoe gaaf zou het niet zijn als je 60-70% van alle werkenden in Nederland kunt helpen om zich lekkerder te voelen in het werk. Wat een impact zou dat hebben? Volgens professor Schaufeli – hoogleraar Arbeid- & Organisatiepsychologie aan de Universiteit Utrecht – kan het welbevinden op het werk vooral bevorderd worden door het vergroten van de energiebronnen. Energiebronnen zijn al die aspecten in de werkomgeving die jou helpen je doelen te bereiken en werkstress te verminderen. Als je jouw energiebronnen leert (her)kennen en je deze kunt laten groeien, zit je prettiger in je vel. Er is dan geen sprake meer van stress, maar van creativiteit, uitdaging en ontwikkeling. En dat is zeker haalbaar!

Energiebronnen in het werk

Bevlogenheid in het werk volgens het Job Demand-Resources ModelHet Job Demand-Resources Model (Bakker & Demerouti) toont de drie meest onderzochte energiebronnen in het werk: autonomie, sociale relaties en feedback. Energiebronnen zijn zoals gezegd al die aspecten in het werk die jou helpen je doelen te behalen en werkstress te verminderen. Dat kunnen dus veel meer zijn dan deze drie. In de workshop energiebronnen in het werk die ik een poos geleden heb mogen verzorgen voor een groep verpleegkundigen, kwam naar voren dat energiebronnen heel concrete dingen kunnen zijn. Mooie voorbeelden zijn: pauzes in het werk, efficiënt werken en het gevoel vasthouden dat je betekenisvol werk verricht. Het is zo mooi en zinvol om als team stil te staan bij wat die energiebronnen voor jou zijn en bovenal hoe je ervoor kunt zorgen dat je daar meer van krijgt in je werk.

 

Terugkomend op het gesprek met de computerprogrammeur dat ik afgelopen weekend had. Natuurlijk is dat leuke salarisstrookje aan het einde van de maand een belangrijke drijfveer om dagelijks naar je werk te gaan. Maar weinigen van ons zullen werkelijk bereid zijn hetzelfde werk in dezelfde omvang onbetaald te verrichten. Maar dat je werkt voor je geld hoeft niet te betekenen dat je het dan niet leuker en aangenamer kunt maken. Toen ik de man vertelde dat het een het ander niet hoeft uit te sluiten, knikt hij na enige aarzeling bevestigend. Ik ben benieuwd of ons gesprek hem aan het denken heeft gezet.

Wil je ook samen met jouw team aan de slag met een workshop energiebronnen in het werk? Neem dan geheel vrijblijvend contact met mij op.

 

 

Ga terug naar nieuwsoverzicht>>>

Please follow and like us:
Top